Uitgesproken op een Crime Jazz-avond t.g.v. de expositie De erfenis van de slavernij, Fort Zeelandia, Paramaribo, 30 maart 2007
Goedenavond allemaal.
Dank aan de mensen van Crime Jazz, dat ik hier mag staan, bij deze gelegenheid, vandaag, op deze plek. Misschien vraag je je af wat ik hier doe? Wie ik denk dat ik ben?
Voor de één ben ik een nazaat van een volk van slavenhalers en blankofficiers. Voor de ander ben ik een krioro mma in een geglobaliseerde uitvoering. Het is maar hoe je het bekijkt. Zelf heb ik de behoefte verloren mezelf op een dergelijke wijze te categoriseren. Net zo min als ik de behoefte voel om de mensen om mij heen in te delen naar kleur, afkomst, sekse, geloof of wat dan ook. In mijn optiek bestaat ieder mens uit goed en slecht, en draagt elke dag een herkansing in zich mee, om het goede sterker te laten zijn dan het slechte. Wie de mensheid gaat opdelen in groepen mist een enorme kans. Erfgenamen zijn er in allerlei soorten en maten: nabestaanden van slaafgemaakten, van slavenhouders, en natuurlijk ook van zowel slaafgmaakten als slavenhouders. Dan heb je de overlevenden van de holocaust van de Tweede Wereldoorlog en de nabestaanden van hen die daar de dood vonden. Ook in het heden heb je overheersers en mensen die daar het slachtoffer van zijn. Sommige mensen vallen in meerdere catgorieën en anderen zijn nergens te rangschikken. Voor hen geen speciale dag van de Verenigde Naties.
Het is mijn diepste overtuiging dat we alleen dán winnen, dat onze erfenis alleen dán een rijke erfenis zal zijn, wanneer we erkennen dat een ieder van ons het in zich meedraagt zich méér te voelen dan een ander. Dat een ieder van ons van tijd tot tijd in een ongelijkwaardige positie gemanoevreerd wordt. Het is aan ons, om met de lessen van ons aller voorouders, deze wereld een gelijkwaardige te maken.
Mijn eigen leven is tot nu toe een mamio geweest, een patchwork deken in bonte kleuren, waaraan diverse structuren en grondstoffen ten grondslag liggen. Het heeft mij gemaakt tot wie ik ben, en waarom ik hier sta. Een witte pier, maar wel met manier, met het krijgershart van Cakuntela, en met de zegen van Mam’ Aisa.
Ik ben geboren uit zonnegloren en een zucht van de ziedende zee, in het bosrijke midden van Nederland, uit een Duitse moeder en een Groningse vader. Mijn ouders waren jong en idealistisch en samen reisden we de wereld rond. In Saoedi-Arabië leerde ik de waarde van water kennen, speelde ik in de zandverstuivingen van de woestijn en werd, zo klein als ik was, aangeraakt door de schoonheid van de islamitische geloofsbeleving. In Burundi rolden mijn zusje en ik al stoeiend door het rode bauxietstof, werden we zwijgend bestudeerd door langstrekkende Hutu’s en Tutsi’s – toen nog in vrede levend met elkaar - en zagen we antilopes gracieus door het hoge gras springen. Daarna volgde Thailand. Een paar jaar op het platteland, in een huis dat naar carboleum rook. We speelden schuiltje tussen de jasmijnstruiken en gaven de passerende boeddhistische bedelmonniken kleine offerandes. In de hoofdstad Bangkok ging ik naar een Amerikaanse school en kreeg een cultuurshock van the American way of life waar het om sportprestaties draaide en waar fast food het dagelijks brood vormde.
Tussen al die buitenlandse reizen door waren er altijd kortere periodes in Nederland. De dichter Benavides gaf me mijn lijfspreuk die die periodes kenmerkte:
Ik ben niet hier.
Dit is niet het land dat ik zou wensen.
Dat is anders, maar ik weet niet of ik het ooit zal vinden.
Toen ik vijftien jaar was, vestigde ons gezin zich in Suriname. Het land waar alles samenkomt. Hoe wij hier tezamen kwamen, het land van Ame, het land waar ik mijn mamio wel wilde neervlijen. Maar ook het land waar ik volwassen werd, waar ik ontdekte dat de wereld ingewikkelder in elkaar zat dan ik tot dan toe met mijn love, peace & hapiness-instelling had kunnen bedenken. Al geloof ik nog altijd dat je met love, peace & happiness heel erg ver komt, maar dit terzijde.
Ik werd me ervan bewust hoe kleur een andere rol kan spelen dan ik tot dan toe gewend was. Hee melkfles! Hallo boertje! Witte pier, zonder manier. Wat moest ik daar op antwoorden? Wat moest ik er van denken? Ik kon het niet plaatsen. De macht van het geld, van het geweer, van de politiek … Niet langer bleek de Love Power bestand tegen zoveel geweld. Mijn wereldbeeld wankelde, rammelde, maar … it survived.
Inmiddels zijn er decennia voorbijgevlogen, maar nog steeds voel ik me soms die vreemde eend in de bijt die het allemaal net niet helemaal begrijpt. Zie ik de dingen te simpel, of doen andere mensen soms nodeloos ingewikkeld?
Neem nu de Lion King. Een paar jaar geleden hoorde ik voor het eerst over de Lion King. Ooit een machtige koningszoon in The Gambia, een telg uit een lange reeks van vorsten. In de achtiende eeuw kwam er een abrupt einde aan deze Afrikaanse dynastie toen een Hollandse slavenkapitein de Leeuwenkoning meevoerde en uiteindelijk naar Suriname bracht. Daar raakte het verhaal van de Lion King in de vergetelheid en hijzelf leek in rook te zijn opgegaan. Eeuwen later rinkelde op een dag de telefoon bij een Surinaamse mevrouw in Nederland. Een balletje begon te rollen en uiteindelijk bleek Yvonne Pryor de reincarnatie te zijn van de Leeuwenkoning.
In 2003 kwam Yvonne Pryor op hoog bezoek naar Suriname. Queen Lionking dus. Een mooie gedachte, dat de ziel van een man in een vrouw kan reïncarneren. Food for thougths. Want als dat kan, zeg je eigenlijk dat het er niet doe doet of je een man of een vrouw bent: een ziel heeft geen sekse. En alles dat wij als mensen daaraan verbinden is dus onbelangrijk. Maar, is het dan ook niet logisch te veronderstellen dat dat ook geldt voor andere aspecten. Zoals kleur? Of geloof? Wordt de reïncarnatie van de Dalai Lama niet ook overal ter wereld mogelijk geacht? Op zielsniveau draait het om heel andere dingen.
Dat bracht me op het idee dat het ook belangrijk is dat we leren van onze geestelijke voorouders, onze spirituele ancestors. En als je daarover na gaat denken, dan gaat het je duizelen, want dan is ons erfgoed fenomenaal. Onze gezamenlijke fysieke roots voeren via Sranan alle wereldzeeën over: hoeveel wijsheid, verkregen door schade en schande, hebben wij niet meegekregen over de golven die onze wilde kustlijn kussen? Maar die andere voorouders, de voeders en hoeders van onze zielen, hebben ons ook kennis meegegeven. Hoe het niet moet, hoe het wel kan. To be good, or not to be good: that’s the question. Het antwoord is aan ons.
Nu weet je waarom ik hier sta. Nu, op deze plek. En waarom ik zeg wat ik te zeggen heb. En je weet een beetje wie ik ben. Kijk nu eens naar jezelf. Waarom jij hier staat, vandaag, waarom je luistert, op dit moment. Wie ben jij? Probeer jezelf niet in een categorie onder te brengen, maar te luisteren naar de verschillende stukjes stof die samen jouw mamio vormen, die mooie lappendeken die jij bent. Wat je hoort zijn de stemmen van het verleden en het heden, van voorouders en de onzichtbare wereld, van lieve engelkinderen en schone prinsen en prinsessen, van famir’man en van vrienden. Wat zij zeggen, dat ben jij zelf.
Vandaag wil ik mijn oude lijfspreuk herschrijven. Vrij, naar Benavides.
Ik ben wél hier.
Dit is nog niet het land dat ik zou wensen.
Dat is anders, maar ik hoop dat ik het hier zal vinden.
Dank voor het luisteren, Peace!
Laatste reacties